Een planning maken? Het zit al allemaal in mijn hoofd…..

Zwemonderwijzers houden niet zo van planningen maken. ‘Want’, zo hoor ik ze vaak zeggen, ‘het zit allemaal in ons hoofd’. Natuurlijk kan je veel in je hoofd opslaan. Maar het in je hoofd plannen van de vaardigheden voor het C diploma is praktisch onmogelijk. Voor kinderen is het belangrijk dat jij als zwemonderwijzer een planning maakt. Daardoor kunnen ze de vaardigheden sneller onder de knie krijgen en hebben ze meer zelfvertrouwen bij het afzwemmen.

Soms zie je bij het afzwemmen dat speciale verrichtingen onvoldoende geautomatiseerd zijn. Door de spanning van het afzwemmen, wordt de technische uitvoering onvoldoende. Dit betekent dat bepaalde vaardigheden beter geautomatiseerd hadden moeten worden. Met een planning maak je het jezelf als lesgever makkelijker. Hierbij gaat het ook over de psychologische aspecten van het leren zwemmen. Als de vaardigheid of beweging een automatisme is geworden, is de kans groot dat het ook onder druk goed gaat. Het gevaar van verleren wordt zo geringer.

Waar je bij een planning voor het c diploma aan moet denken

  1. Leer in de eerste lessen vaardigheden aan die snel te automatiseren zijn en daarna regelmatig ‘gedaan moeten worden’. Voorbeelden zijn watertrappen, wrikken en de koprol.
  2. Onderwater zwemmen geeft voor veel kinderen stress. Daarom moet onderwater zwemmen iedere les gedaan worden.
  3. De armbeweging van de borstcrawl is cognitief van aard en moet daarom iedere week geoefend worden. Veel kinderen moeten lang blijven nadenken bij het maken van de borstcrawl armslag. Het oefenen van de borstcrawl kun je prima combineren met een ander onderdeel van het C diploma.
  4. De schoolslag en de enkelvoudige rugslag zijn al geautomatiseerd en daar hoeft minder tijd aan te worden besteed. De schoolslag moet vooral gebruikt worden bij het aanleren van vaardigheden als de koprol en de hoekduik.

Denk bij het plannen eens na over

  1. Welke vaardigheden zijn makkelijker of juist moeilijker om te automatiseren?
  2. Welke vaardigheden geven weinig stress en welke veel stress?
  3. Verhouding oefentijd en pauze tussen de aanleermomenten.
  4. Variatie in de oefeningen zoals bij de kopsprong en het onderwater zwemmen. Zorg voor een rijk gevarieerd aanbod en zeker niet in een rijtje bij het duikzeil. De kopsprong bijna altijd combineren met het duikzeil.
  5. Welke invloed hebben combinaties van verschillende vaardigheden in een les?

Tips

  1. Zet in de periodeplanning eerst de nieuwe vaardigheden die het best geautomatiseerd kunnen worden, zoals een draai om de breedte-as. Daarna hoef je deze vaardigheid alleen nog maar te onderhouden.
  2. Laat vaardigheden die voor leerlingen stress op kunnen leveren, zoals door het duikzeil gaan, heel regelmatig terugkomen. Vergeet het vooral ook niet te blijven oefenen op het moment dat alle leerlingen het al kunnen.
  3. Varieer zo veel mogelijk in de omstandigheden waaronder een vaardigheid wordt aangeleerd. Dit is een uitdaging voor het brein om effectief te leren. Als je onder verschillende omstandigheden een vaardigheid oefent, wordt de uiteindelijke bewegingsuitvoering veel beter dan wanneer je steeds een exacte bewegingsuitvoering onder gelijke omstandigheden vraagt. Het is beter om variatie in de leerweg aan te brengen, dan steeds de eindterm te oefenen.
  4. Combineer een nieuw aan te leren vaardigheid eens met vaardigheden waarbij een leerling moet nadenken. Dus combineer een hurksprong met een andere vaardigheid. Of laat ze een vraag beantwoorden en dan weer de oefening doen. Dat geeft een beter resultaat.

Als je prijs stelt op een voorbeeld van een planning voor het C diploma over een periode van 10 weken, help ik je graag.

Leône Hamaker
Reacties: leone@leonehamaker.nl of via twitter @leonehamaker




Piscine