Na een traject van bijna tien jaar en een investering van 58 miljoen euro is het zover: Nationaal Zwemcentrum de Tongelreep in Eindhoven is weer volledig open. Het verouderde golfslagbad en de subtropische baden maakten plaats voor een compleet nieuw complex, compacter van opzet maar groter in mogelijkheden. De nieuwe Tongelreep biedt daarmee een toekomstbestendig antwoord voor een breed publiek: voor kinderen die hier leren zwemmen, voor verenigingen en recreatieve zwemmers, en voor iedereen die van zwemmen houdt. En niet te vergeten als thuisbasis voor de Nederlandse topsport, voor de trainingen en grote internationale wedstrijden.
Slopen of renoveren?
De Tongelreep heeft een lange geschiedenis. In de jaren tachtig groeide het uit tot een veelzijdig centrum met een prominente rol voor recreatie. Ingegeven door de grote successen op de Olympische Spelen in Sydney kwam daar in 2005 het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion bij, een volwaardige topsportaccommodatie die de thuisbasis werd voor de KNZB, BrabantSport en de zwemverenigingen. Maar het complex verouderde en in 2016 sloten het oude, iconische golfslagbad en het buitenbad vanwege hoge exploitatiekosten en noodzakelijke vernieuwing. Dat riep meteen de centrale vraag op: slopen of renoveren? Jan Gommers, vanuit de gemeente Eindhoven nauw betrokken bij het hele traject, legt uit hoe die afweging werd gemaakt. “Uit het haalbaarheidsonderzoek bleek dat beide financieel vergelijkbaar waren, alleen zou renoveren grote beperkingen opleveren op het gebied van verduurzaming, zo was isoleren en het aanbrengen van nieuwe installaties nauwelijks mogelijk. Voor de gemeente was daarmee duidelijk dat nieuwbouw de enige reële route was naar een toekomstbestendig complex.”
Lees ook: Zwembad De Koerbelt: pionier in grootschalige energieopslag
Programma van Eisen: gebruikers aan tafel
Na het besluit tot nieuwbouw werden gebruikers al vroeg in het proces betrokken. Zwemverenigingen, de KNZB en BrabantSport leverden input voor het Programma van Eisen — niet alleen over waterbehoefte en beschikbaarheid, maar ook over wat partijen financieel zouden kunnen afnemen, wat essentieel is voor een solide exploitatieprognose. Gebruikers hadden daarnaast één harde randvoorwaarde meegegeven die later bepalend bleek te zijn in de aanbesteding. “Het zwembad moest tijdens de volledige bouwperiode open blijven. Voor vaste gebruikers zoals zwemverenigingen en reumapatiënten, voor wie uitwijken geen reële optie is, was die continuïteit cruciaal. Later bleek slechts één partij dit te hebben opgenomen en was de keuze dus snel gemaakt.” Door al deze partijen vroeg aan tafel te betrekken, kon de gemeente realistische uitgangspunten hanteren en werd er een gedragen Programma van Eisen opgesteld. Jan vult aan dat ook de recreatieve kant zorgvuldig is geanalyseerd. Dat vroeg om een andere aanpak, want hier waren geen directe gesprekspartners. “Maar duidelijk was wel dat er het een en ander was veranderd in de loop der jaren. Want vroeger bleef men de hele dag, gezinnen namen hun koelbox en vonden volop vertier. Nu komt men even recreëren in een tijdsblok en gaat weer.” Dit inzicht heeft mede de keuzes in het ontwerp bepaald: recreatie heeft een minder prominente rol dan voorheen en ook het buitenbad komt (voorlopig) niet terug. “We hebben gekozen voor een compact en beheersbaar geheel dat het hele jaar door goed te exploiteren is.”
Lees het gehele interview met Jan Gommers in ZwembadBranche #104