Zwembaden vrezen kruisverhoor na verdrinkingen

Hoe kunnen zwembaden veiliger worden? Dat was de centrale vraag op een onlangs door de provincie Zuid-Holland georganiseerd minisymposium over verdrinkingen. De bijeen komst werd bezocht door zo’n 150 personen, waaronder bestuurders van gemeenten, provincies en branche organisaties. Ook managers van openbaar toegankelijke baden in Zuid-Holland waren aanwezig. De zorg van de provincie Zuid-Holland: de stijgende aantallen verdrinkingen in zwembaden.

Volgens John Vente, teamleider water en back office bij de provincie Zuid-Holland en lid van het projectteam dat de nieuwe zwemwaterwet voorbereidt, heeft niemand werkelijk zicht op het aantal verdrinkingen. Ook een recente rondgang van het ANP langs de provincies leerde dat precieze cijfers nauwelijks voor handen zijn. Reden: het ontbreken van een wettelijke meldingsplicht. Vente is een voorstander van een dergelijke van bovenaf opgelegde regel. ‘Niet om zwembaden aan de schandpaal te nagelen. Wel om te kijken wat er mis ging, waar het mis ging en hoe het beter kan.’

In Zuid-Holland zagen ze hoe dan ook voldoende reden om een minisymposium aan het onderwerp te wijden. In die provincie steeg het aantal meldingen van twee in 2009 tot tien in 2010, waarvan één met dodelijke afloop. Ook een aantal andere provincies constateert volgens het ANP een opvallende stijging in 2010, mogelijk als gevolg van bezuinigingen op de verplichte zwemlessen die kinderen op lagere scholen krijgen. Het minisymposium maakte in ieder geval één ding duidelijk: de roep om meer uniformiteit en minder vrijblijvendheid neemt toe. Of zoals Vente het zegt: ‘We weten met z’n allen niet waar we aan toe zijn. Zo lang begrippen in de wet staan als voldoende en regelmatig, en deze begrippen niet concreet worden gemaakt, blijf je dat wazige beeld houden. Dat geldt zowel voor de toezichthouder als de zwembaden zelf.’

Lees het hele artikel in ZwembadBranche nr.27