Het Nederlandse zwemaanbod is in tien jaar tijd merkbaar veranderd. Uit het onderzoek van het Mulier Instituut naar openbare zwembaden in 2013 en 2024 blijkt dat het totaal aantal is gedaald van 660 naar 621. Er zijn 66 zwembaden gesloten en 27 nieuw bijgekomen, wat de teller zet op een afname van 39 zwembaden. Daarbij zijn de nieuwe baden vrijwel allemaal gerealiseerd in (zeer) sterk stedelijke gemeenten. Vooral de minder stedelijke en kleine gemeenten verloren vaker een zwembad, waardoor daar de afstand is toegenomen. Een ontwikkeling die doorwerkt in alle aspecten van het zwemmen: in zwemveiligheid, de zwemsport, gezondheid en de sociale functie van accommodaties in wijken en dorpen.

Ongelijk verdeeld
De sluitingsredenen zijn helder: hoge exploitatie- en energiekosten en veroudering. Wat sluit, keert doorgaans niet terug. Gesloten baden maakten plaats voor woningen, scholen, sportaccommodaties, gezondheidscentra of een nieuwe — vaak totaal andere — functie. Een afname is zorgelijk, zeker als deze allesbehalve gelijk is verdeeld. In weinig stedelijke gemeenten verdwenen meer zwembaden dan er voor terugkwamen. In sterk stedelijke gemeenten vonden óók sluitingen plaats, maar daar hield nieuwbouw het aanbod beter in balans. Zo blijkt dat 45 gemeenten hun zwembad verloren zonder vervanging, terwijl 19 nieuwe zwembaden juist werden gebouwd in gemeenten waar eerder al een sluiting had plaatsgevonden. De verschillen stapelen zich op. In niet-stedelijke gemeenten nam de gemiddelde afstand tot een zwembad toe van 3,7 naar 4,1 kilometer. Kleine gemeenten blijven dus aangewezen op relatief grote reisafstanden. Omdat in steden relatief veel zwembaden zijn vervangen of vernieuwd, bleef de landelijke gemiddelde afstand tot het dichtstbijzijnde zwembad met 2,6 kilometer vergelijkbaar met 2013. Maar achter dat stabiele cijfer gaat een groeiende kloof schuil.
Wil je efficiënter werken en de impact van het personeelstekort verkleinen met slimme digitale oplossingen? 👉 Ontdek de leveranciers van zwembadautomatisering en software.
Lees ook: Zwemmen loont: betere gezondheid en lagere zorgkosten
Toegankelijkheid onder druk
De gevolgen voor toegang tot zwemwater zijn duidelijk. Als de afstand toeneemt, neemt de drempel toe. Voor doelgroepen die minder mobiel zijn of in kwetsbare gezondheid verkeren, betekent dit dat naar het zwembad gaan minder vanzelfsprekend wordt. En een minder toegankelijk aanbod kan ertoe leiden dat minder kinderen zwemlessen volgen. Wanneer het netwerk dunner wordt, raakt de toegang tot zwemonderwijs ongelijker verdeeld. Ook recreatief zwemmen wordt minder bereikbaar. Minder baden en grotere afstanden maken spontane of frequente bezoeken minder logisch. Dat gaat ten koste van gezondheid, beweging en sociale ontspanning voor zowel jong als oud. De impact is ook zeker groot voor ouderen, voor wie warm water bewegen een belangrijke rol kan spelen in mobiliteit en welzijn. Daarnaast raakt het de zwemsport direct. Voor sportaanbod en trainingen moeten verenigingen uitwijken, en niet overal bestaat een realistisch alternatief.
Zonder zwembad
Met de sluiting van een zwembad verdwijnt natuurlijk ook meer dan een sportaccommodatie alleen. Zwembaden hebben een uitgesproken maatschappelijke functie. Ze vormen een vertrouwde ontmoetingsplek, een laagdrempelige voorziening waar kinderen leren omgaan met water, tieners elkaar treffen, volwassenen sporten en ouderen bewegen of revalideren. Een zwembad is vaak een van de weinige openbare plekken waar alle generaties vanzelfsprekend samenkomen. Wanneer zo’n plek sluit, krijgt de wijk soms een alternatieve invulling. De zwembaden worden vervangen door woningen, scholen, gezondheidscentra of culturele functies. Dat kan waardevol zijn, maar het vervangt niet de unieke rol van een zwembad: het versterken van zwemveiligheid, vitaliteit en sociale cohesie. Het verlies van die functie is niet zozeer te meten, maar in veel wijken wel voelbaar.
Politieke agenda
Voor professionals in de zwembranche schetsen deze ontwikkelingen een duidelijke opdracht. De cijfers laten zien dat het aanbod onder druk staat, vooral in de regio’s waar de afstanden toenemen en vervangende nieuwbouw uitblijft. Sluitingen domineren, nieuwbouw volgt vooral in de stad, en de verschillen tussen regio’s groeien. De vraag voor de toekomst is daarom: hoe blijft zwemwater bereikbaar voor iedereen? Dat vraagt om aandacht voor bereikbaarheid, investeringen in verduurzaming, en expliciete waardering van de maatschappelijke rol van zwembaden. Niet alleen als sportlocatie, maar als essentiële schakel in veiligheid, gezondheid en gemeenschapsvorming. Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht is het een belangrijk moment om het belang van zwembaden stevig op de politieke agenda te zetten voordat het netwerk verder uitdunt.
Bekijk hier de infographic Verandering openbare zwembaden in de
periode van 2013 tot 2024

