Zwemles van de toekomst: resultaten van de praktijktest

Leren zwemmen is belangrijk voor de veiligheid. Net zo belangrijk is het dat kinderen ook plezier hebben in het water, in plaats van bibberend langs de kant te wachten op hun beurt. Welke instructiemethode daar het beste aan bijdraagt, onderzocht Carola Minkels, promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam en werkzaam bij InnoSportLab De Tongelreep, in samenwerking met de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ) en de KNZB. Vorig jaar spraken we over haar literatuurstudie, inmiddels is ook het praktijkonderzoek afgerond en deelt Carola hier de belangrijkste inzichten.

Vorig jaar was al duidelijk waar de grote belofte lag: impliciet leren. Voor haar praktijkonderzoek testte Carola daarom twee manieren van expliciet leren en drie manieren van impliciet leren om de rugslag aan te leren. Waar kinderen bij expliciet leren kindgerichte, stapsgewijze instructies krijgen over hoe een beweging moet worden uitgevoerd, ligt de aandacht bij impliciet leren minder op de uitvoering zelf. Hierdoor is er meer ruimte om zelf te ontdekken hoe je vooruitkomt in het water. De opzet: lessen met vijf groepen kinderen, elk met een andere instructiemethode. Voor het expliciete leren waren dat concrete tips en feedback, zoals ‘hakken naar je billen’, in één van beide groepen gecombineerd met een video-instructie van een kind dat de beweging voordoet. De impliciete methodes waren deels ontleend aan de wetenschappelijke literatuur, deels aan de zwemlespraktijk. “Eén van de methodes was de analogie, bijvoorbeeld met een plaatje van een kikker en de uitleg: beweeg als een kikker door het water. Daarmee vervang je alle regels door één beeld, met ruimte voor het kind om zelf te ontdekken wat het beste werkt. We hebben ook de externe focus van aandacht getest: aandacht op het effect van de beweging, met als enige uitleg dat je het water naar achteren moet trappen om vooruit te komen,” vertelt Carola. “Tot slot was er een groep die met materialen werkte. Zij kregen nauwelijks tips, alleen: ga maar de rugslag zwemmen. De lesgever bepaalde welk materiaal het kind droeg, afhankelijk van het niveau. Ze droegen bijvoorbeeld schoentjes met flapjes, die meer oppervlak geven als ze hun tenen naar buiten houden. Doen ze het goed, dan gaan ze sneller, en dat voelen ze meteen zelf. Ook een ring om hun buik hielp om het gevoel van stuwing te ervaren.”

Leermethode voor de zwemles van de toekomst hangt af van je doel

Welke methode het beste werkt, is niet eenduidig te zeggen. “Het hangt af van waar je meer belang aan hecht. Perfect uitgevoerde techniek of bewegingsuitkomst, dus bijvoorbeeld de snelheid waarmee je vooruitkomt? De expliciete methoden gaven de meeste technische vooruitgang. De impliciete methoden scoorden vooral goed op snelheid en stuwing.” Daarbij wijst Carola op een bredere discussie die speelt. “Vroeger stond de techniek voorop, nu vinden we veiligheid en succesvol bewegen belangrijker. Kijk je naar topsport, dan zie je ook dat geen enkele atleet hetzelfde beweegt. Dus wat is dan eigenlijk de perfecte techniek?” Wat ook opviel, was dat de impliciete groepen het beter deden bij de overgang naar nieuwe situaties. “Bij impliciet leren is er ruimte voor eigen creativiteit, waardoor kinderen zich ook in een onbekende situatie beter weten te redden. Bij de expliciete groep zag je dat minder: daar bleven ze met regeltjes van de aangeleerde situatie in het hoofd en vonden ze het moeilijk het vereiste bewegingspatroon in een andere setting te produceren.” Dat laatste is voor de veiligheid van belang: als een kind onverwacht in het water valt, moet het zich kunnen aanpassen aan de situatie, en dat lijkt bij impliciet leren beter te lukken.

Lees ook: ‘Zwemles van de toekomst’: vergelijking tussen verschillende soorten instructiemodellen

Wat dit betekent voor de lesgever

Volgens Carola geeft dit duidelijk kansen om nu al meer impliciete leermethodes te gebruiken. Maar ze maakt daarbij wel een nuance. “Het is geen kwestie van dé ene beste methode, maar van een mix, afhankelijk van het kind. Het ene kind leert goed door expliciete tips en uitleg, terwijl een ander kind sneller vooruitgaat met impliciete methodes die meer ruimte voor creativiteit en verbeelding bieden.” Dat komt overeen met ander onderzoek naar het werkgeheugen: kinderen met een goed ontwikkeld werkgeheugen gedijen beter bij expliciete instructie, terwijl kinderen bij wie dat minder het geval is, meer baat hebben bij impliciet leren. Carola wil daarbij wel benadrukken dat we nog voorzichtig moeten zijn met het trekken van conclusies. “Het gaat om een relatief kleine onderzoeksgroep. Het onderzoek zal moeten worden herhaald in een grotere populatie en over een langere periode om meer zekerheid te krijgen.” Daarnaast zijn plezier en motivatie in deze praktijktest gemeten met een korte vragenlijst van zeven stellingen. “Deze lieten echter geen duidelijke verschillen tussen de groepen zien, waaruit we niet kunnen concluderen dat plezier er niet toe doet.” Uit Carola’s eerdere literatuuronderzoek bleek juist dat plezier een cruciale factor is voor succesvol leren zwemmen. “En dat geldt niet alleen voor zwemmen, we weten dat plezierbeleving ook in de sport in het algemeen bepalend is voor of iemand een sport blijft beoefenen.”

Praktisch advies en vervolg

Eén ding kwam wel duidelijk naar voren: expliciet leren zonder video, dus alleen zeggen hoe het moet, bleek de minst effectieve methode uit de test. Omdat geen van de andere vier methodes duidelijk als dé beste naar voren kwam, adviseert Carola vooral om ze af te wisselen. “Ik zou alleen expliciet leren beperken. De video werkt goed, dus als die wordt aangevuld met impliciete elementen, verwacht ik dat de kinderen goed vooruitkomen.” Haar advies aan lesgevers: beperk expliciete tips zoveel mogelijk en zoek naar een andere manier om kinderen te laten leren, bijvoorbeeld via een video of een analogie. “Zo geef je het kind vertrouwen en ruimte voor eigen invulling, in plaats van voortdurend te sturen met corrigerende aanwijzingen.” Voor Carola is dit onderzoek het slotakkoord van haar promotietraject. Of impliciet leren daadwerkelijk beter is dan de traditionele aanpak, vindt ze zelf nog te vroeg om te zeggen. “Daarvoor is groter en langduriger onderzoek nodig, al zijn er voorzichtige aanwijzingen dat impliciet leren voordelen biedt.” Ze hoopt dat de inzichten via grote zwembadexploitanten en opleiders bij lesgevers terechtkomen, met als doel dat kinderen meer plezier beleven en vaker hun diploma halen. “Dat draagt niet alleen bij aan zwemveiligheid, maar kan er ook voor zorgen dat kinderen na hun diploma blijven zwemmen, en dat is minstens zo belangrijk voor de zwemveiligheid op de lange termijn.”


advertentie