Reactief of Creatief

Je bent je er misschien niet meteen van bewust als je de kop leest, maar deze woorden bestaan uit dezelfde letters. Even husselen en je maakt van reactief creatief. Zo makkelijk is het alleen niet als het gaat om de betekenis en het bijhorend gedrag. Iemand die reactief is, komt pas in actie als de omgeving daar om vraagt. Neemt geen initiatief, maar is passief. Iemand die creatief is, vertoont juist (pro-)actief gedrag. Handelt vaak intuïtief en is innovatief. Veranderen van reactief naar creatief is dan ook moeilijker dan het husselen van de letters.

Initiatief nemen

Ik vind het altijd fascinerend om gedrag van anderen te observeren, zoals bijvoorbeeld tijdens de zwemlessen. Ik zie dan lesgevers die creatief omgaan met oefenstof en materialen en merk dat de kinderen hiervan genieten. Ik zie ook dat sommige lesgevers zelden of nooit afwijken van bekende oefenstof en materialen, waardoor kinderen minder betrokken raken. Het leren wordt minder uitdagend en dat heeft zijn weerslag op de motivatie van de kinderen en het rendement van de les. Om de betrokkenheid van kinderen te vergroten, zou het wenselijk zijn dat zij meer creatief hun lessen aanbieden. Ook in het contact maken met ouders observeer ik verschillen. Een aantal lesgevers is meer pro-actief en trekt tijdig aan de bel wanneer er iets niet lekker gaat. Ik zie echter ook lesgevers die een afwachtende houding hebben en het gesprek met de ouders liever vermijden. Zij informeren ouders niet of te laat en krijgen meer dan gemiddeld klachten over het uitblijven van communicatie. Om dit te voorkomen moeten zij leren meer initiatief te nemen.

Van reactief naar pro-actief

Voor zowel lesgevers, ouders als kinderen is het goed om reactief gedrag bij lesgevers proberen om te buigen naar pro-actief en creatief gedrag. Om dat voor elkaar te krijgen zijn drie factoren belangrijk.

  1. De leidinggevende zal ervoor moeten zorgen dat zijn medewerkers kunnen werken in een sfeer van veiligheid en vertrouwen. Het moet veilig voelen om initiatief te nemen en met ideeën te komen en ieder zijn inbreng moet worden gezien en gewaardeerd.
  2. De lesgever zal zélf inzicht moeten krijgen in het gedrag dat hij vertoont en de gevolgen hiervan. Meestal lukt dat door zelfonderzoek onder begeleiding van een coach die kan helpen om een positief zelfbeeld te ontwikkelen en meer bewustzijn te creëren.
  3. De lesgever moet een doel hebben. Wanneer iemand weet waar hij of zij ‘het voor doet’ is het veel makkelijker om het gedrag te veranderen.

Diezelfde factoren worden ook genoemd in boeken over ‘werkgeluk’ als de aspecten die bepalend zijn voor de mate waarin mensen zich op het werk gelukkig en betrokken voelen. Hoe mooi is dat! Door het creëren van de voorwaarden om te komen tot creatief gedrag bij medewerkers hebben diezelfde medewerkers ook nog eens veel meer werkplezier én zijn ze meer betrokken. Een win-win voor alle partijen.

Lees ook: Welke kinderen zitten bij jou op zwemles?

Divergent denken

Als je graag geïnspireerd wilt worden om creatief te zijn, kun je het beste kijken naar de kinderen in je lessen. Zij zijn nog in de leeftijd van ‘divergent denken’ en kunnen daardoor beter ‘out of the box’ denken. Zij zijn dan ook heel goed in het bedenken van nieuwe ideeën en het zoeken naar alternatieve oplossingen. Ik word er altijd vrolijk van als ik zie op hoeveel verschillende manieren kinderen het lesmateriaal gebruiken en anders dan ik had bedacht. Ook thuis mag ik daarvan genieten. Bij mijn kleinkinderen zie ik dat elke levensfase weer verandering brengt in hun spel en samenwerking. Momenteel zijn ze vooral bezig met rollenspellen waarbij alledaagse dingen als stoelen en tafels veranderen in kastelen, winkeltjes of klaslokalen. Met ongeremde fantasie laten ze daar koningen, schooljuffen, draken en poppenkinderen een rol spelen. Nu maar hopen dat ze nog heel lang creatief blijven en niet met de letters gaan husselen…

Deze column is geschreven door Claartje Driessen en verscheen eerder in ZwembadBranche #68